Over ons

Een stukje historie over Rederijkerskamer Alberdingk Thijm

Rederijkerskamer Alberdingk Thijm in Haarlem is opgericht in 1890 als onderafdeling van R.K. Volksbond.

De Amsterdamse sigarenwinkelier Willem Pastoors richtte in 1888 de Nederlandse Roomsch - Katholieke Volksbond op, waarin r.k. werklieden en kleine middenstanders zich organiseerden.

De Volksbond kreeg in tal van steden een plaatselijke afdeling. Die in Haarlem werd opgericht in 1889, gesplitst in onderafdelingen welke veelal een heilige tot patroon kregen.

Onze vereniging is niet genoemd naar een heilige, maar naar Josephus Alberdingk Thijm (1820-1889), handelsman, letterkundige, criticus, toneelkenner en hoogleraar aan de Rijksacademie voor beeldende kunsten in Amsterdam. Hij gold in de kringen der andersdenkenden als de vertegenwoordiger van het nieuwe katholieke bewustzijn.

Geboren en getogen in Amsterdam, was hij aanvankelijk werkzaam in de zaak van zijn vader (verduurzaamde levensmiddelen) maar ontwikkelde zich naar een voornaam, hoogstaand geestelijk niveau, schreef gedichten, publiceerde novellen en verwierf zich ook buiten zijn eigen kring bijzondere vermaardheid. Hij adoreerde de middeleeuwen en idealiseerde ze als het hoogtepunt in onze christelijke cultuur. Daarin speelden ook de rederijkers een grote rol.

Rederijkers waren dichterlijke figuren die kunstig en op rijm met woorden omgingen. Zij waren verenigd in Kamers, droegen op hun samenkomsten en feesten refreinen voor. Het liefst en bij voorkeur speelden zij toneel, meestal mysteriespelen dan wel heiligen- of mirakelspelen. De rederijkers hielden nogal eens onderlinge wedstrijden in voordrachten, rijmen en dichten. Als Kamers kwamen zij ook tegen elkaar uit, ze hielden dan hun landjuwelen, die uitgroeiden tot uitbundige, pompeuze evenementen. Na de reformatie en met de komst van de renaissance was het vrij spoedig met de rederijkerij gedaan.

Jarenlang, tot ver na de tweede wereldoorlog heeft bij Alberdingk Thijm ook een geestelijke adviseur gefunctioneerd, een priester van wie verwacht werd er op toe te zien, dat de te spelen stukken qua inhoud en strekking niet indruisten tegen geloof en zeden. Zo'n adviseur ging gewetensvol te werk, zeker in Haarlem waar hij bij wijze van spreken dagelijks vanuit het bisschoppelijk paleis (aan de Nieuwe Gracht) op de vingers gekeken werd. Pas in 1930 stond mgr. Angenent, bisschop van Haarlem, vrouwelijke spelers binnen de vereniging toe.

In de loop der jaren is de Rooms-Katholieke identiteit steeds meer op de achtergrond geraakt, en is het ‘R.K.’ uit de naam van de vereniging verdwenen.